Private kwaliteitsborging bouw: NL buitenbeentje in EU?

zondag 09 april 2017

De nieuwe Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen zal naar verwachting per 1 januari 2018 in werking treden. Bouwers moeten vanaf die datum zelf de geschiktheid van door hen gebouwde woningen aantonen. Deze wet is al door de Tweede Kamer goedgekeurd. Nu is het de beurt aan de Eerste Kamer om er een klap op te geven. Private kwaliteitsborging vraagt een forse aanpassing in de organisatie en processen van gemeenten, bouwers en hun ontwerpende en uitvoerende ketenpartners. EIB heeft het Nederlandse stelsel van private kwaliteitsborging  en ervaringen vergeleken met Engeland, Ierland, Duitsland en Noorwegen. Er zijn verschillen, maar Nederland blijkt geen buitenbeentje.

Zelf het wiel uitvinden of de kunst afkijken?

Koplopers hebben afgelopen jaren al veel ervaring opgedaan met private kwaliteitsborging. Het loont om kennis te nemen van hun ervaringen. Zij zullen op de tweede ‘Praktijkdag Kwaliteitsborging voor het bouwen’ op 11 oktober 2017 hun verhaal doen. De eerste praktijkdag vond eind vorig jaar plaats (klik hier voor een korte impressie).
Tijdens de tweede praktijkdag zullen de volgende vragen aan de orde komen:

  • Welke gegevens vraagt u uw ketenpartners aan te leveren?
  • Over welke deskundigheid moeten uw projectleiders en kwaliteitsmanagers beschikken?
  • Wanneer loopt u het risico dat het dossier niet sluit, zodat uw gebouw niet in gebruik genomen mag worden?

Voor het programma van de tweede praktijkdag, klik hier. Om aan te melden, klik hier.

Duitsland, Engeland, Ierland en Noorwegen

De Nederlandse wet staat niet op zichzelf. Ook andere Europese landen hebben vergelijkbare wetgeving voor private kwaliteitsborging. Recent verscheen het resultaat van een internationale vergelijking door het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). EIB heeft de kwaliteitsborging in Duitsland, Engeland, Ierland en Noorwegen vergeleken met het Nederlands stelsel. Deze vier landen hebben een stelsel dat in hoofdlijnen vergelijkbaar is met de voorgenomen wetgeving in Nederland. Er is vergeleken op zes aspecten van de wettelijke regelingen, maar vooral ook hoe hier in de praktijk invulling aan gegeven is. Die zes aspecten zijn:

  • het toezicht op het stelsel
  • de rol van de gemeente
  • eisen aan het proces van kwaliteitsborging en de werkwijze van de kwaliteitsborger
  • de onafhankelijkheid van partijen
  • omgang met afwijkingen en kosten van het stelsel

Naast deze zes aspecten komt de aansprakelijkheid van de bij de bouw betrokken partijen in het onderzoek aan bod.

Hoofdpunten uit internationale vergelijking

  • Het private deel van het Engelse stelsel komt het meest overeen met het voorgenomen Nederlandse stelsel. In Engeland kan men vrij kiezen tussen gemeentelijk of privaat toezicht. Bij privaat toezicht heeft de gemeente geen rol; een onafhankelijke, erkende kwaliteitsborger voert toezicht uit op ontwerp en uitvoering en verklaart achteraf of het bouwwerk voldoet aan de voorschriften.
  • Het Duitse stelsel lijkt op het Nederlandse stelsel waar de gemeente het toezicht uitvoert met behulp van onafhankelijke deskundigen.
  • Nederland heeft gedetailleerde voorschriften voor borgingsinstrumenten en technische voorschriften. De eerste zullen in de ministeriële regeling worden bepaald, de tweede zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Andere landen hebben gekozen voor een functionele aanpak met meer handelingsvrijheid om aan de eisen te voldoen van zowel het Bouwbesluit als het toezicht hierop. 
  • In het voorgenomen Nederlandse stelsel verdwijnt de gemeentelijke rol bij het toezicht op naleving van het Bouwbesluit tijdens de uitvoeringsfase. Onafhankelijke kwaliteitsborgers nemen deze toezichtsrol over. Wel behouden de Nederlandse gemeenten, net als in de onderzochte landen, een rol in de handhaving en kunnen zij de bouw stilleggen na signalen van anderen. In landen zoals Engeland kan de overheid steekproefgewijs controleren. In Nederland is hierin niet voorzien.
  • De onderzochte landen kennen geen systeem om te bepalen welke instrumenten zijn toegestaan om de kwaliteit te borgen. In Nederland is dat wel het geval. Het Nederlands stelsel voorziet hiermee in een extra laag van instrumentaanbieders tussen de kwaliteitsborgers en de toezichtorganisatie.
  • Het voorgenomen Nederlandse stelsel vergroot de aansprakelijkheid van de bouwer in geval van gebreken. De bouwer zal hierdoor -anders dan in Duitsland en Engeland- aansprakelijk zijn voor zichtbare en niet-zichtbare gebreken die de opdrachtgever bij oplevering niet heeft ontdekt, tenzij deze niet aan hem zijn toe te rekenen. De Nederlandse situatie ligt hiermee in lijn met de Ierse praktijk, waarbij het onderscheid tussen zichtbare en niet-zichtbare gebreken niet van belang is voor het bepalen van de aansprakelijkheid van de bouwer.
  • Nederland kent geen categorie eenvoudige bouwwerken met lage risico’s, waarvan het toezicht wordt overgelaten aan één van de bouwende partijen (architect, ingenieur, bouwer).
  • In het voorgenomen Nederlandse stelsel heeft de gemeente geen rol meer bij het toezicht op de naleving van het Bouwbesluit tijdens de uitvoering. Verschillen in de kwaliteit van het toezicht van verschillende gemeenten wordt daardoor voorkomen. In andere landen, met uitzondering van Engeland, houdt de gemeente wel toezicht tijdens de bouw.
    De gemeente controleert vooraf of een erkende kwaliteitsborger het juiste instrument hanteert en of deze bij gereedmelding verklaart dat het bouwwerk volgens het Bouwbesluit is uitgevoerd.  
  • De kosten van private kwaliteitsborging in Nederland worden geschat op ¾% van de kosten van een nieuwbouwwoning. Dit ligt boven het kostenniveau van Engeland, waar de kosten relatief laag zijn door concurrentie tussen kwaliteitsborgers en het gemeentelijk toezicht.
  • De kosten in Duitsland en Ierland liggen hoger door de verplichte inzet van veel betrokkenen en sterke barrières voor instromende kwaliteitsborgers.

.
De voorgenomen Nederlandse private kwaliteitsborging is in hoge mate vergelijkbaar met die in andere Europese landen. Het EIB doet een aantal praktische aanbevelingen:

  • Zorg voor steekproefgewijs toezicht door de overheid.
  • Zorg voor uniforme digitale dossiers waarmee de kwaliteit wordt aangetoond.
  • Ontwikkel een nationaal registratiesysteem met toegestane oplossingen.
  • Laat opleidings- en ervaringseisen van kwaliteitsborgers aansluiten bij de benodigde kwalificaties van het bouwwerk.

.
Voor wie zich van het gehele rapport op de hoogte wil stellen, klik hier.

Meer weten?

Wilt u meer weten over private kwaliteitsborging of de tweede praktijkdag. Neem dan contact op met Paul Kuijpers (p.kuijpers@balance-result.nl of  0570-628474).

Belangrijke nieuwsberichten vanuit ons en onze omgeving.