Circulair bouwen, renoveren, transformeren

donderdag 08 juni 2017

Circulaire buzz 

‘Circulaire economie’ is het nieuwe buzzwoord. Google levert al snel honderden duizenden hits op, ook voor circulair bouwen. We zullen het verleden opnieuw moeten uitvinden en verrijken met nieuwe inzichten. Door individualisering, rationalisering en verzakelijking hebben we afgeleerd om te delen, samen te werken en te repareren en is de wegwerp-economie ontstaan. Door milieudruk en schaarste komt daar nu een kentering in.
Over circulariteit zijn afgelopen jaren tientallen onderzoeken uitgevoerd en zijn indrukwekkende beleidsnota’s verschenen. Inmiddels is de kopgroep het er wel over eens dat dit meer is dan hergebruik. De buzz gaat nog grotendeels aan het peloton voorbij. Een groot deel heeft er nog nauwelijks van gehoord en de meesten hebben geen idee wat ‘circulair’ voor hen kan betekenen. Het wordt tijd om daar wat aan te doen. De Regieraad Bouw Oost Nederland, de provincie Overijssel en De Woonkeuken willen daarvoor een prijsvraag ontwikkelen. Deze moet professionals in de gebouwde omgeving bewust maken van de veelzijdigheid van het vraagstuk om bouwen, renoveren of transformeren circulair te maken en inspirerende mogelijkheden laten zien. De prijsvraag zal partijen uitdagen om te komen met innovatieve ideeën voor circulair bouwen, renoveren of transformeren.

Overijssel circulair – Nederland circulair

De provincie Overijssel heeft in haar coalitieprogramma de circulaire economie genoemd als stip op de horizon. Gedeputeerde Monique van Haaf noemt de gebouwde omgeving één van de prioritaire sectoren. Het is een grondstof-intensieve sector, zowel als het gaat om benodigde grondstoffen voor nieuwbouw, als om ‘grondstoffen’ die vrijkomen bij renovatie of vernieuwbouw.

Coalitieakkoord Overijssel Werkt

 “Als stip op de horizon hebben wij de ambitie om toe te groeien naar een circulaire economie. Dit vraagt van ons visie en ontwikkelkracht, waarin wij met partners een herkenbare afweging maken in het beleid naar vergroenen en verdienen.”

Niet alleen Overijssel vindt het van belang dat onze economie circulair wordt. De ambities sluiten aan op doelstellingen van het Rijk, die zijn vastgelegd in Nederland Circulair in 2050. In 2030 moet het gebruik van primaire grondstoffen gehalveerd zijn. Voor 2050 mikt het kabinet op het efficiënt inzetten en hergebruiken van grondstoffen, zonder schadelijke emissies, het duurzaam winnen van nieuwe grondstoffen, zonder schadelijke effecten op sociaal en fysiek leefmilieu en op het zodanig ontwerpen van producten dat hergebruik zonder waardeverlies mogelijk is. Het Rijk meet zich de rol aan van marktmeester, netwerkplanner en aanjager van de transitie. Nederland Circulair in 2050 integreert diverse beleidslijnen, waarbij met name de energietransitie (SER Energieakkoord) hier vermeldenswaard is. Inmiddels hebben enkele honderden partijen het Grondstoffenakkoord getekend, waarin zij toezeggen mee te willen werken aan het ‘circulariseren’ van de Nederlandse economie.

Wat is circulair?

Circulair is gedefinieerd als ‘behoud van natuurlijk kapitaal in het economische systeem waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare en algemeen beschikbare grondstoffen.’ Dat betekent het optimaal inzetten van grondstoffen, (her) gebruiken zonder risico’s voor gezondheid en milieu en – voor zover primaire grondstoffen nog nodig zijn – deze op duurzame wijze winnen (Nederland Circulair 2050). Circulair is meer dan hergebruik. In de huidige economie wordt een groot deel van ons afval al hergebruikt. Punt is dat het hergebruik vaak laagwaardig is, waardoor de waarde van de grondstoffen afneemt. Betonpuin wordt bijvoorbeeld verwerkt tot granulaat. Niet om het te gebruiken als hoogwaardig toeslagmateriaal in nieuw beton, maar in de laagwaardige toepassing als wegfundering. Op den duur wordt het dan toch afval, met de stortplaats als eindbestemming. Waar we naar toe willen is beton dat beton is en blijft. En natuurlijk geldt hetzelfde voor alle andere materialen.

Niet alleen technische innovatie

Bij circulariteit denken we in eerste instantie vaak aan techniek. Het vraagstuk van circulaire economie is echter veel breder. Toch eerst over techniek. Denke

nd aan de levenscyclus van bouwwerken, dan begint het met het ontwerp. Wordt het geheel nieuw, of zijn bestaande bouwwerken geheel of gedeeltelijk te renoveren of te transformeren naar de functionaliteit die nu nodig is? Kunnen we het bouwwerk zodanig ontwerpen dat het gemakkelijk is aan te passen aan gebruikseisen die in de loop van de jaren zullen evolueren, of aan geheel andere gebruiksfuncties? Kunnen we het zodanig ontwerpen en maken, dat het in de gebruiksfase gemakkelijk is te onderhouden en repareren en na de gebruiksfase eenvoudig is te demonteren in herbruikbare bouwelementen of schone materialen? Ontwerpen we met nieuwe materialen uit primaire grondstoffen, of met bestaande materialen, bouwelementen of hernieuwbare grondstoffen? Het ontwerp is bepalend voor de circulariteit van het bouwwerk.
Als je anders kijkt, dan kun je een bestaand bouwwerk zien als voorraad bouwmaterialen. New Horizon spreekt bijvoorbeeld over Urban Mining en heeft als motto “Wij slopen niet, maar oogsten!”.

Grondstoffenpaspoort

Thomas Rau heeft een circulaire ‘ladder‘ ontwikkeld. Deze begint bij hergebruik van bouwelementen in de oorspronkelijke gebruiksfunctie op locatie of elders, hergebruik van bouwelementen in een nieuwe gebruiksfunctie, hergebruik van het materiaal in de oorspronkelijke gebruiksfunctie, hergebruik van materialen in een nieuwe gebruiksfunctie en gebruik van hernieuwbare bronnen.
.

Dura Vermeer Hengelo heeft zich bij de renovatie van Bellevue, het hoofdkantoor van Alliander, laten inspireren door Thomas Rau:

  1. Hergebruik van bestaande bouwelementen op dezelfde locatie en in dezelfde functie.
  2. Hergebruik van bestaande bouwelementen op dezelfde locatie in een andere functie.
  3. Hergebruik van bestaande bouwmaterialen op dezelfde locatie.
  4. Hergebruik van bestaande bouwmaterialen op een andere locatie.
  5. Scheiden van sloopafval voor recycling.

Dit rijtje is eenvoudig uit te breiden als het gaat om de vraag naar ‘nieuwe’ materialen. Zijn er bestaande bouwelementen van andere locaties die in dezelfde of een andere functie toegepast kunnen worden in het renovatieconcept.

 
Hergebruik vraagt om zorgvuldig ‘voorraadbeheer’. Om bouwelementen en materialen hoogwaardig te kunnen hergebruiken is informatie nodig over materiaalsamenstelling en -eigenschappen. Als deze nauwkeurig zijn vastgelegd is het mogelijk om hiermee een hoog kwaliteitsniveau te realiseren en te garanderen dat aan wettelijke vereisten wordt voldaan. Een goed voorbeeld zijn constructieve bouwelementen waarmee geen risico’s gelopen kunnen worden. IMd construeert bijvoorbeeld met ‘donorskeletten’ waarbij een zo groot mogelijk deel van de bestaande draagstructuur wordt (her)gebruikt. Ook wordt gebruik gemaakt van bestaande staalprofielen waarvan de actuele eigenschappen door middel van metingen kunnen worden vastgesteld. Dat neemt eventuele twijfel over constructieve veiligheid weg, niet alleen bij de constructeur, maar ook bij de opdrachtgever en bij bouwtoezicht.

Het zoekproces naar herbruikbaarheid begint met inventariseren, digitaliseren, sorteren en opslaan. Met het grondstofpaspoort van Thomas Rau – ondergebracht bij Madaster en geïntegreerd in het Bouwwerk Informatie Model (BIM) – is het hergebruik nu en in de toekomst te borgen. Het grondstoffenpaspoort legt de verschillende bouwmaterialen- en elementen vast en beschrijft de herkomst van de toegevoegde en bestaande elementen (inclusief installaties), door wie het is verwerkt en waar het (tijdelijk) wordt opgeslagen.

Licht of lampen

Een andere insteek – met hetzelfde doel – zijn nieuwe beheers- en eigendomsverhoudingen. Dan gaat het om systeem- en sociale innovatie. In de lineaire economie zijn er partijen die grondstoffen delven, andere die produceren en verkopen aan de gebruiker en weer andere die afgedankte producten verwerken en deels als afval storten of verbranden. Het is een aaneenschakeling van afzonderlijk geoptimaliseerde deelcycli, wat gezien over de gehele levenscyclus niet het optimale resultaat oplevert. De gebruiker gaat het meestal om de functionaliteit van het product en niet om het product zelf. Pay per Use schept kansen voor nieuwe vormen van dienstverlening. Producenten die het gebruik van het product leveren en niet het product zelf blijven verantwoordelijk voor het product over de gehele levenscyclus. De optimalisatie heeft dan andere doelen: gegarandeerde prestaties van de geleverde dienst, levensduur, onderhoudbaar, repareerbaar en demontabele, scheidbare, herbruikbare en opwaardeerbare onderdelen en materialen aan het einde van de levensduur. Dat leidt tot een ander ontwerp, toepassing van gebruikte of bio-based materialen en energie-efficiënte oplossingen.

Light as a service – Philips: “Ik wil licht hebben, geen armaturen”
(Thomas Rau in Stedenbouw en Architectuur, 9-2015)

Dienstverlening in plaats van eigendom levert nieuwe vraagstukken op. Stel een eigenaar en/of huurder van een kantoorgebouw sluit dienstverleningsovereenkomsten af met diverse leveranciers. Bijvoorbeeld voor verlichting, tapijt, kantoormeubilair, klimatisering, verticaal transport et cetera. Hij zal zich afvragen hoe hij de diensten het beste prestatiegericht kan inkopen. Wat moet er geregeld worden over de interactie tussen gebruikers, functionaliteit, onderhoud, beheer en energiegebruik? Hoe pakken we dat aan bij krimp, uitbreiding, verbouwing of verhuizing? Hoe zit het keuze- en besluitvormingsproces dan in elkaar, wie praten er mee? Wat is het effect voor lopende contracten en kosten bij vroegtijdige aanpassing of beëindiging? Krijgen we te maken met locked-in? Lopen de verschillende contracten in de tijd parallel; denk bijvoorbeeld aan verschillende levensduurcycli van het casco, de afwerking of de inrichting? En voor hoe lang wil ik me als gebruiker, huurder of belegger vastleggen?
In de kantorensector is het veld divers. In de woningbouw is dat niet anders, of het nu gaat om huur of particulier eigendom. Deels met dezelfde vragen, deels met andere vragen. Met één belangrijk aandachtspunt, de beheersing van proces en risico’s bij zoveel individuele wensen, behoeften, gedragingen en cyclustijden.
Genoemde vragen zijn slechts een beperkte greep uit alle mogelijke vragen. Gaandeweg zullen hier komende jaren passende oplossingen voor moeten worden bedacht en zal een nieuwe praktijk ontstaan.

Kringlopenladder

Jan Jonker c.s. onderscheiden in ‘Eén zwaluw voorspelt veel goeds’ [2017]  vijf ontwikkelingsniveaus in de transitie van de huidige lineaire economie naar een circulaire economie. Een circulaire economie is meer dan het veranderen van het businessmodel van één organisatie. Partijen zullen moeten samenwerken, hun strategieën op elkaar moeten afstemmen en een gezamenlijk verdienmodel moeten ontwikkelen.

Fase 1: In-huis circulariteit
Een organisatie sluit kringlopen binnen de eigen organisatie, vaak vanuit het motief van kostenbesparing.

Fase 2: Gedeeltelijke ketenintegratie
Meerdere organisaties creëren samen een (partiële) kringloop en maken afspraken over de verdeling van baten en kosten.

Fase 3: Materiële monostroom kringlopen
Voor één specifiek materiaal creëren meerdere partijen samen een volledig gesloten kringloop met bijbehorende organisatie-, governance- en verdienmodellen.

Fase 4: Organisatie-ecologie
In deze fase hebben we te maken met meerdere materiële kringlopen die van elkaar afhankelijk zijn. Betrokken partijen organiseren deze circulair met complementaire organisatie-, business- en verdienmodellen.

Fase 5: Organisatorisch-economisch systeem
Vervlechting van complexe kringlopen en subsystemen die in elkaar grijpen. Alle betrokken partijen organiseren het economische systeem, inclusief institutionele context.

Oude en nieuwe business

De circulaire economie zal voor sommige bedrijven een bedreiging zijn en voor andere nieuwe kansen scheppen. De wereld van sloopbedrijven zal bijvoorbeeld ingrijpend veranderen. Gebouwen als materialendepot zullen selectief worden gesloopt, of beter, gedemonteerd. Het demontagebedrijf zal de eigenschappen van vrijkomende bouwelementen vastleggen zodat deze een hoogwaardige nieuwe bestemming kunnen krijgen. Er zal een markt ontstaan voor gebruikte bouwelementen en materialen. Als gevolg van het circulair ontwerpen met bio-based materialen en gebruikte bouwelementen zullen er nieuwe patronen ontstaan in de leverings- en productieketen. Bedrijven zullen nieuwe diensten ontwikkelen, zoals het repareren en opwaarderen van bestaande bouwelementen. Dat betekent kansen voor leveranciers, handel of demontagebedrijven.

Leveranciers die in de toekomst geen producten meer leveren maar diensten, zullen hun processen daarop moeten inrichten. In de bouwsector wordt de klantrelatie traditioneel na levering en eigendomsoverdracht verbroken. Bij levering van diensten ontstaat een continue klantrelatie voor de duur van de gebruiksovereenkomst en verschuiven rollen en taken; niet de eigenaar/gebruiker van het gebouw gaat een onderhoudsovereekomst aan, maar de leverancier. Zomaar enkele voorbeelden van prikkels die ervoor kunnen zorgen dat de bouwsector zich komende jaren anders zal structureren, met verliezers én winnaars.

Gemeentelijke, provinciale en landelijke overheid als aanjager

De transitie naar een circulaire, energieneutrale gebouwde omgeving gaat niet vanzelf. De kopgroep neemt het voortouw en neemt veel hobbels om deze ambitie te realiseren. Het gaat daarbij niet alleen om technische innovatie; voor bijna alle technische vraagstukken is wel een oplossing. De uitdaging zit in essentie in een sociale- en systeeminnovatie. Vinden we het belangrijk genoeg om andere keuzes te maken dan we gewend zijn en zijn we bereid om bestaande patronen te doorbreken en veranderingen in de verdeling van rollen en belangen te accepteren.
Dit transitieproces is een politieke keuze waarvoor aanjagers nodig zijn. Dat kunnen ideeën- en initiatiefrijke marktpartijen zijn die actief zijn in de gebouwde omgeving. De politiek kan de voorwaarden scheppen waarbinnen deze initiatieven tot wasdom kunnen komen. De circulaire transitie is onontkoombaar en de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen zijn de gelegenheid bij uitstek om dit te agenderen. Een voorzet voor opname in de verkiezingsprogramma’s en de coalitieakkoorden:

  • Visie op de circulaire economie en doelen om naar toe te werken, in het bijzonder circulair bouwen, renoveren en transformeren.
  • Circulaire voorbeeldfunctie van gemeenten in hun rol als opdrachtgever en gebruiker van vastgoed en infrastructuur en als inkoper van andere zaken.
  • Partijen in de keten samenbrengen en verbinden.
  • Stimuleren, ondersteunen en demonstreren van vernieuwende initiatieven en experimenteerruimte creëren. Ontmoedigen van bouw-, renovatie-, sloop- en transformatieopgaven waarbij niet nagedacht is over circulariteit.
  • Circulariteit dicht bij marktpartijen brengen door hen uit te dagen om vanuit hun praktijk na te denken over de kansen om circulariteit toe te passen. Bijvoorbeeld door ze mee te laten dingen in een ‘Challenge’.

.

Over ‘Challenge’ gesproken …

De provincie Overijssel heeft zich voorgenomen om in samenwerking met de Regieraad Bouw Oost Nederland en De Woonkeuken een Challenge (prijsvraag) te organiseren die circulair bouwen, renoveren of transformeren moet aanjagen. De opzet hiervan is in ontwikkeling, maar hierbij alvast een doorkijk, waarbij de genoemde uitgangspunten openstaan voor suggesties. Doel van de Challenge is om partijen die professioneel actief zijn in de gebouwde omgeving te prikkelen om circulaire, innovatieve principes toe te passen bij het bouwen, renoveren of transformeren van woongebouwen, zodanig dat een minimum aan primaire grondstoffen (inclusief energie) nodig is, een minimale hoeveelheid onbruikbaar afval ontstaat en dat de innovatieve aanpak andere partijen stimuleert om het goede voorbeeld te volgen en kennis en ervaring te delen:

  • Challenge in twee fasen:
    • In de eerste fase ideeën ophalen en haalbaarheidsonderzoeken uitvoeren. In deze fase gaat het erom zoveel mogelijk professionals uit te dagen om na te denken over het toepassen van circulaire principes in de eigen praktijk.
    • In de tweede fase zal het winnende idee daadwerkelijk worden uitgevoerd. Daardoor ontstaat een plek of bouwwerk waar bouwers, leveranciers, opdrachtgevers en gebruikers de toepassing van circulaire principes kunnen bekijken en kennis en ervaring kunnen delen.
  • De Challenge staat open voor woongebouwen, waarbij de voorgestelde aanpak daadwerkelijk gerealiseerd moet kunnen worden:
    • Gestapeld of grondgebonden
    • Nieuwbouw of bestaande bouw, met een voorkeur voor bestaande bouw (groot onderhoud, renovatie, herbestemming)
    • Sociale woningbouw of particuliere woningen
  • Scope van de Challenge:
    • Techniek met circulariteit op verschillende schaalniveaus:
      – buurt/wijk, woongebouw, bouwelementen, materiaalstromen en
      – het casco (draagconstructie), de gebouwschil, de installaties voor klimatisering, ventilatie en verlichting en de afwerking (keuken, badkamer)
    • Proces: inrichting/organisatie van de leverings-, productie- en gebruiksketen over de gehele leveringscyclus.
    • Financieel: effecten op de investerings- en kostenstructuur en de business modellen van de betrokken partijen.
  • Wie mogen er meedoen?
    Ideeën kunnen worden ingediend door partijen die bij een project betrokken zijn – afzonderlijk of als team – zoals bouwers, installateurs, leveranciers en opdrachtgevers. Er is een voorkeur voor samenwerkingsverbanden van partijen die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de leverings-, gebruiks- en exploitatiecyclus.
  • Opschaalbaarheid: de opgedane kennis en ervaring moet overdraagbaar zijn en gedeeld kunnen worden met andere partijen in de sector, niet in het minst met het onderwijs. De innovatieve business cases moeten opschaalbaar zijn naar techniek, proces, financiële structuur en toepassingsgebied.

Deze aanzet voor de Challenge zal in het najaar van 2017 uitontwikkeld zijn en dan uitgezet worden bij belangstellende partijen.

Meer weten?

Wil je meer weten over circulaire economie? Neem dan contact op met Jan Straatman 0570-628474 of j.straatman@balance-result.nl.
  
Dit blog is ook onderdeel van het Manifest van De Woonkeuken van de provincie Overijssel, dat op 7 juli zal worden gepresenteerd. U bent van harte welkom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wij delen graag onze opinies met u om samen stappen te zetten in deze veranderende wereld.